Engels in Nederland(s): verrijking of verarming?

In ons taalgebied wordt steeds meer Engels gesproken.  Bovendien neemt het gebruik van Engelse woorden en uitdrukkingen hand over hand toe. In veel sectoren van de samenleving worden Engelse termen tegenwoordig als normaal beschouwd. Ook in de media lezen en horen we steeds meer Engelse woorden. De vraag is of het Nederlands bedreigd wordt door deze ontwikkeling. Zo ja, is dat ernstig? Moeten we er iets tegen doen en zo ja wat dan? Of valt het wel mee en hoeven we ons niet druk te maken over het toenemend aantal Engelse leenwoorden? De grammatica verandert nauwelijks en steeds meer mensen spreken onze taal. Is het in deze tijd van mondialisering bovendien niet juist goed dat het Engels zich meer dan ooit als wereldtaal manifesteert, waardoor mensen met verschillende moedertalen met elkaar kunnen communiceren?

Het debat heeft zich tot nu toe grotendeels beperkt tot een beperkte groep betrokkenen.

De laatste tijd heeft de discussie over de opmars van het Engels zich verbreed: enkele kranten (Volkskrant, Trouw, NRC-H, Telegraaf) besteedden er uitvoerig aandacht aan. In Vlaanderen leeft het onderwerp sterk, vooral ook onder schrijvers en taalkundigen. De artikelen in de Nederlandse kranten gingen voornamelijk over het gebruik van het Engels binnen universiteiten en kantoren. Op het seminar zal het gaan om gebruik van het Engels en de vermenging van Nederlands en Engels op talloze terreinen, waaronder sociale media, kranten, theater, sport, commercie, vergaderingen, ja, waar eigenlijk niet. Is dit een ongewenste aantasting van onze cultuur of juist een verrijking?

Presentatie en debatleiding: René Appel Deelnemers: schrijvers Geert Van Istendael en Lieke Kézér, journalist Jean-Pierre Geelen, taalkundigen Kevin de Coninck, Pieter Muysken.
Poëtische intermezzo’s : Gepke Witteveen, actrice.

 

Met dank aan: